ZEN IN HET ALLEDAAGSE LEVEN
Zen-brief 4 - maart 2019
‘The pleasure of the fishes’ In het jaar 2019 houden we ons bezig met daoïstische teksten van Chuang Tzu. Die teksten ontstonden ongeveer driehonderd jaar voor onze jaartelling. Ze blijven inspireren tot op de dag van vandaag. Het daoïsme had grote invloed op de zen-traditie. Een verhaal van Chuang Tzu gaat over de vissen die geboren worden in het water, en die vissen vergelijkt hij met de mens die geboren wordt in de dao. Ieder van ons kent wel vissen waar hij of zij al eens met verwondering naar heeft staan kijken. Ik herinner mij dat de tandarts in ons dorp een groot aquarium in de wachtkamer had geplaatst. De kinderen die naar de tandarts toe moesten werden zozeer geboeid door de visjes dat ze met minder angst op hun beurt konden wachten. Een vis die rustig zwemt is altijd bijzonder om te zien. Niet voor niets dat vissen zowel in het daoïsme als in zen een metafoor zijn geworden voor de mens die in de dao verblijft, voor de mens die de zen- weg gaat. Half februari konden we op de televisie zien hoe een kikkervisje ontstaat. Een natuurfotograaf had duizenden foto’s gemaakt en die achter elkaar gemonteerd. We konden zo zien als in een film - hoe een compleet visje groeide uit één bevruchte cel. Daar begint al het niet-weten: voor wetenschappers is het een raadsel dat ongeveer de helft van de bevruchtingen mannelijk dan wel vrouwelijk is. De celdeling begint: ook daar weten we niets van, we kijken er naar. Die éne cel beweegt zich, deelt zich. Een kluwen van vele cellen ontstaat binnen het eerste eivlies, één en al beweging. Dan bewegen bepaalde cellen zich naar één punt, worden donker van kleur en blijken het oog te vormen. Andere cellen bewegen zich in het cellenklompje naar een andere plaats, ze blijven bewegen, en blijken samen het kloppende hartje te vormen. Zo gaat het door, niemand weet waardoor gestuurd, totdat een compleet vissenlichaam uit het eerste eivlies breekt, dan veel eet in korte tijd en groeit en sterker wordt, om dan met kracht uit het tweede eivlies te breken en in het water rond te zwemmen. Niemand begrijpt wat we zien onder de microscoop. Het lijkt alledaags, maar iedereen in de zaal hield de adem in. Het leven van een visje blijkt nog steeds een wonder, geboren door krachten die wij niet kennen, van ogenblik tot ogenblik een niet te maken schoonheid die uit zichzelf er zomaar is, vóóraf aan al ons weten en vóóraf aan al ons denken, ons maken en ons manipuleren. Een mens in verwondering komt vanzelf terecht in het grote niet-weten en in het machtige niet-doen, omdat hetgeen hij in de schoonheid van het ogenblik ziet gebeuren zoveel groter blijkt te zijn als alles wat ik als mens te weten, te zeggen of te doen heb. De schoonheid die zich uit zichzelf toont overtreft het menselijke initiatief, hoe knap die mens ook meent te zijn. Zo wordt, zegt Chuang Tzu, de vis geboren in het onzichtbare, altijd vloeiende en ongrijpbare water. De vis ís het water waarin hij zwemt, hij was er nooit uit. De vis kan niet zonder dit ongrijpbare water waarmee hij één is. Een vis kent het water niet, hij toeft er in, zonder denken, zonder maken, meegenomen in elk bewegen dat zich in het water voordoet. Hoe ontstaat in één cel de oriëntatie om zich in het vruchtbeginsel te bewegen, hoe ontstaat in de hersenen, een speldenknopje groot, de gerichtheid op voedsel, op voortplanting? Hoe ontstaat de reactie op licht en donker, op warmte en koude, de vlucht voor gevaar en de herinnering die bij een goudvis ongeveer drie weken duurt? De vis is volkomen één met het water dat hem draagt. Vertrouwt hij zich daaraan toe, aan de oppervlakte van het alledaagse leven en in het geheim van het diep blauwe, dan zien wij ‘the pleasure of the fishes’ . Een wonder in het water, vrij uit zichzelf rondzwemmende vissen. De vis, geboren in water, de mens, geboren in dao, zegt Chuang Tzu. De natuurfotograaf had theoretisch gezien (maar niet ethisch gezien) ook de mens - precies zo als het kikkervisje - kunnen filmen in het ontstaan van een nieuwe mens. Dan zouden we in het grote niet-weten het wonder aanschouwen van ontelbare eindeloos migrerende cellen, van vormen die ontstaan vol onbegrepen beweging. Niets staat stil totdat de contouren van een menselijk lichaam zich uit zichzelf vormen uit wat wij niet begrijpen, uit het NIETS. Uit het onbepaalde creatieve dat in potentie leeg is van zichzelf opdat uit een vrijheid die wij niet kennen precies deze zich almaar vernieuwende vormen kunnen ontstaan, uiteindelijk precies déze mens precies zich zomaar voordoet, zich zomaar vormt uit het NIETS. Zich vormt in de dao, zegt Chuang Tzu. Alles gebeurt uit zichzelf, alles vindt vorm in het NIETS. Zo vormt zich een lichaam en zo vormt zich de geest, door niemand begrepen hoe of waarvandaan. Waar is het initiatief van de mens, waar vangt dat aan er te zijn? Beter dan zich in dit vragende denken te verstrikken is het om voluit te léven, voluit als-een-vis-in-het-water zelf deze mens-in-de- dao te zijn. Eén met het gebeuren dat ikzelf ben, één met de ervaring die ik als mens blijk te zijn, één met wat mij omgeeft en met wat almaar aan mij verschijnt als in één gebeuren waarin ik toef en dat ikzelf bèn. Vis-in-het-water, non-duaal in voortdurende verandering. Mens-in-de-dao, non-duaal in de voortdurende verandering opgenomen van ogenblik tot ogenblik. In het alledaagse leven dat door de diepte wordt gedragen. In niet-weten voluit leven, met het inzicht dat mijn initiatief gering is in het werken, vieren, lachen, huilen, slapen en waken dat ik als mensje in het onmetelijke universum zomaar ben. Zoals een vis komt tot ‘the pleasure of the fishes’ door zich te verliezen in het water, zo kan een mens tot de vreugde komen van het er zomaar zijn. De vreugde - dat al wat ik ben en alles wat er om mij heen te vinden is - almaar verschijnende is in de schoonheid van dìt ogenblik. In niet-weten, in niet-doen: alles ís er al voordat ik ook maar iets kan denken of doen… Zich verliezen in dao, zegt Chuang Tzu, is alles wat een mens kan doen, is het mooiste wat een mens kan doen, is alles wat hij of zij maar hoeft te doen. Leven vanuit de vreugde van het er zómaar zijn, precies zó, meest oorspronkelijk, nieuw van ogenblik tot ogenblik, meest oorspronkelijk vrij. De mens in de dao zoals de vissen in het water, in ‘the pleasure of the fishes’ . Verliezen wij onszelf in het veranderlijke gebeuren van ons leven, dat we zelf niet kunnen maken, maar dat er wel van ogenblik tot ogenblik zómaar is. Iets mooiers is er niet. Kees van den Muijsenberg
Zend   o   Sengtsjan
Zend o Sengtsjan
ZEN IN HET ALLEDAAGSE LEVEN
Zen-brief 4 - maart 2019
‘The pleasure of the fishes’ In het jaar 2019 houden we ons bezig met daoïstische teksten van Chuang Tzu. Die teksten ontstonden ongeveer driehonderd jaar voor onze jaartelling. Ze blijven inspireren tot op de dag van vandaag. Het daoïsme had grote invloed op de zen- traditie. Een verhaal van Chuang Tzu gaat over de vissen die geboren worden in het water, en die vissen vergelijkt hij met de mens die geboren wordt in de dao. Ieder van ons kent wel vissen waar hij of zij al eens met verwondering naar heeft staan kijken. Ik herinner mij dat de tandarts in ons dorp een groot aquarium in de wachtkamer had geplaatst. De kinderen die naar de tandarts toe moesten werden zozeer geboeid door de visjes dat ze met minder angst op hun beurt konden wachten. Een vis die rustig zwemt is altijd bijzonder om te zien. Niet voor niets dat vissen zowel in het daoïsme als in zen een metafoor zijn geworden voor de mens die in de dao verblijft, voor de mens die de zen-weg gaat. Half februari konden we op de televisie zien hoe een kikkervisje ontstaat. Een natuurfotograaf had duizenden foto’s gemaakt en die achter elkaar gemonteerd. We konden zo zien als in een film - hoe een compleet visje groeide uit één bevruchte cel. Daar begint al het niet- weten: voor wetenschappers is het een raadsel dat ongeveer de helft van de bevruchtingen mannelijk dan wel vrouwelijk is. De celdeling begint: ook daar weten we niets van, we kijken er naar. Die éne cel beweegt zich, deelt zich. Een kluwen van vele cellen ontstaat binnen het eerste eivlies, één en al beweging. Dan bewegen bepaalde cellen zich naar één punt, worden donker van kleur en blijken het oog te vormen. Andere cellen bewegen zich in het cellenklompje naar een andere plaats, ze blijven bewegen, en blijken samen het kloppende hartje te vormen. Zo gaat het door, niemand weet waardoor gestuurd, totdat een compleet vissenlichaam uit het eerste eivlies breekt, dan veel eet in korte tijd en groeit en sterker wordt, om dan met kracht uit het tweede eivlies te breken en in het water rond te zwemmen. Niemand begrijpt wat we zien onder de microscoop. Het lijkt alledaags, maar iedereen in de zaal hield de adem in. Het leven van een visje blijkt nog steeds een wonder, geboren door krachten die wij niet kennen, van ogenblik tot ogenblik een niet te maken schoonheid die uit zichzelf er zomaar is, vóóraf aan al ons weten en vóóraf aan al ons denken, ons maken en ons manipuleren. Een mens in verwondering komt vanzelf terecht in het grote niet-weten en in het machtige niet- doen, omdat hetgeen hij in de schoonheid van het ogenblik ziet gebeuren zoveel groter blijkt te zijn als alles wat ik als mens te weten, te zeggen of te doen heb. De schoonheid die zich uit zichzelf toont overtreft het menselijke initiatief, hoe knap die mens ook meent te zijn. Zo wordt, zegt Chuang Tzu, de vis geboren in het onzichtbare, altijd vloeiende en ongrijpbare water. De vis ís het water waarin hij zwemt, hij was er nooit uit. De vis kan niet zonder dit ongrijpbare water waarmee hij één is. Een vis kent het water niet, hij toeft er in, zonder denken, zonder maken, meegenomen in elk bewegen dat zich in het water voordoet. Hoe ontstaat in één cel de oriëntatie om zich in het vruchtbeginsel te bewegen, hoe ontstaat in de hersenen, een speldenknopje groot, de gerichtheid op voedsel, op voortplanting? Hoe ontstaat de reactie op licht en donker, op warmte en koude, de vlucht voor gevaar en de herinnering die bij een goudvis ongeveer drie weken duurt? De vis is volkomen één met het water dat hem draagt. Vertrouwt hij zich daaraan toe, aan de oppervlakte van het alledaagse leven en in het geheim van het diep blauwe, dan zien wij ‘the pleasure of the fishes’ . Een wonder in het water, vrij uit zichzelf rondzwemmende vissen. De vis, geboren in water, de mens, geboren in dao, zegt Chuang Tzu. De natuurfotograaf had theoretisch gezien (maar niet ethisch gezien) ook de mens - precies zo als het kikkervisje - kunnen filmen in het ontstaan van een nieuwe mens. Dan zouden we in het grote niet- weten het wonder aanschouwen van ontelbare eindeloos migrerende cellen, van vormen die ontstaan vol onbegrepen beweging. Niets staat stil totdat de contouren van een menselijk lichaam zich uit zichzelf vormen uit wat wij niet begrijpen, uit het NIETS. Uit het onbepaalde creatieve dat in potentie leeg is van zichzelf opdat uit een vrijheid die wij niet kennen precies deze zich almaar vernieuwende vormen kunnen ontstaan, uiteindelijk precies déze mens precies zich zomaar voordoet, zich zomaar vormt uit het NIETS. Zich vormt in de dao, zegt Chuang Tzu. Alles gebeurt uit zichzelf, alles vindt vorm in het NIETS. Zo vormt zich een lichaam en zo vormt zich de geest, door niemand begrepen hoe of waarvandaan. Waar is het initiatief van de mens, waar vangt dat aan er te zijn? Beter dan zich in dit vragende denken te verstrikken is het om voluit te léven, voluit als-een-vis-in-het-water zelf deze mens-in-de-dao te zijn. Eén met het gebeuren dat ikzelf ben, één met de ervaring die ik als mens blijk te zijn, één met wat mij omgeeft en met wat almaar aan mij verschijnt als in één gebeuren waarin ik toef en dat ikzelf bèn. Vis-in-het- water, non-duaal in voortdurende verandering. Mens-in-de-dao, non-duaal in de voortdurende verandering opgenomen van ogenblik tot ogenblik. In het alledaagse leven dat door de diepte wordt gedragen. In niet-weten voluit leven, met het inzicht dat mijn initiatief gering is in het werken, vieren, lachen, huilen, slapen en waken dat ik als mensje in het onmetelijke universum zomaar ben. Zoals een vis komt tot ‘the pleasure of the fishes’ door zich te verliezen in het water, zo kan een mens tot de vreugde komen van het er zomaar zijn. De vreugde - dat al wat ik ben en alles wat er om mij heen te vinden is - almaar verschijnende is in de schoonheid van dìt ogenblik. In niet-weten, in niet-doen: alles ís er al voordat ik ook maar iets kan denken of doen… Zich verliezen in dao, zegt Chuang Tzu, is alles wat een mens kan doen, is het mooiste wat een mens kan doen, is alles wat hij of zij maar hoeft te doen. Leven vanuit de vreugde van het er zómaar zijn, precies zó, meest oorspronkelijk, nieuw van ogenblik tot ogenblik, meest oorspronkelijk vrij. De mens in de dao zoals de vissen in het water, in ‘the pleasure of the fishes’ . Verliezen wij onszelf in het veranderlijke gebeuren van ons leven, dat we zelf niet kunnen maken, maar dat er wel van ogenblik tot ogenblik zómaar is. Iets mooiers is er niet. Kees van den Muijsenberg
Overige zen-brieven