ZEN IN HET ALLEDAAGSE LEVEN
Zen-brief 7 - september 2019
Schoonheid die ons verre overtreft… Vrijwel ieder van ons zal in zich meedragen dat het deze zomer heet was, maar dat er ook zoveel moois in de natuur te zien was. Velen zijn op vakantie geweest om in de natuur te zijn, even weg uit de stad, de stad als onze plaats van leven en werken. In Nederland of verder weg de natuur ingegaan, zich door de natuur laten omringen en zich er in begeven. Met de fiets of wandelend, aan de kust wellicht ook zwemmend in de open zee. Altijd weer in de vakantietijd die ervaring opdoen dat we weliswaar intens leven in de stad, maar evenzeer onszelf thuis kunnen en thuis willen voelen in de wijdse onbegrensde natuur. De stad: daar beleven we bij uitstek de maakbaarheid van alles wat ons omgeeft en van alles wat we dagelijks zien en zijn. Mensen bouwden de huizen en kantoren, de fabrieken. Ze legden de wegen aan. Ze maakten de techniek, de computers en de mobiele telefoons die we voortdurend gebruiken en waarvan we afhankelijk zijn geworden in de stad. Nederlanders en steeds meer mensen de wereld rond zijn stadsmensen geworden. De natuur afgezien van een park of een groenstrook is ons in het dagelijkse leven niet meer zo vertrouwd. En gaan we buiten de stad, dan neemt ‘de verdozing’ enorm toe: nieuwe verdeelcentra staan als grote reusachtige schoendozen om de steden heen, in een kraag, om de logistiek te dienen van alles wat vervoerd moet worden, uiteindelijk naar ons. En ook het boerenland is veelal veranderd in grote vlakgroene percelen waarbij de natuur nog slechts in de rand te vinden is. Tijdens de vakantie hebben we de gelegenheid de natuur op te zoeken. Stil te vallen. Eens weg te gaan uit de maakbaarheid van wat ons omringt. En ook om weer eens te ervaren dat leven niet maakbaar is, dat ons eigen leven niet maakbaar is. De stad die we bouwden kan mooi zijn, zeker ook tot in de musea waarin we tentoonstellen wat er door creatieve mensen is gemaakt. De schoonheid van de kleuren en de vormen op ons in laten werken. De schoonheid die werd ontworpen door architecten en kunstenaars die op bijzondere wijze zichtbaar maken wat er - ergens in ons allemaal, in onze tijd - gaande is. We kunnen worden meegenomen door hetgeen mensen aan maakbare schoonheid tot stand hebben gebracht in de stad van ons leven. Maar de natuur gaat altijd verder. In de natuur kunnen we gemakkelijk ervaren dat er een schoonheid is die door geen enkel mens is gemaakt of gemaakt kan worden. Een schoonheid die er zomaar precies ís… zondermeer. Waar wij als mensen niets toe deden of toe doen. In een bergwandeling overkomt ons dat besef gemakkelijk. De onmetelijke massa van de berg die ons draagt. De top, de hellingen, de diepten met vogels en dieren op voor mensen niet bereikbare plaatsen. Wij maken de intense pracht van de hoog zwevende vogel niet, zijn kunst te vliegen. Wij zijn het niet die de zon laten schijnen, de zon die alles omvattend de berg in het licht zet. De ree die even uit het geboomte komt en weer verdwijnt hebben wij niet ontworpen en wordt ook niet door ons bewogen. En nog verder gaat de natuur. Het licht in onze ogen waardoor wij dit alles zien: daarvan weet niemand precies wat het is. Zoals we ook niet weten wat precies het bewustzijn is waarin alles wat wij zien en horen zomaar verschijnt, vóóraf aan elk ingrijpen van de mens. De natuur waarvan wijzelf deel zijn: wij lopen op de grond die ons draagt zonder dat wij dat ons bewust zijn. Wij wandelen in de wind die zich onttrekt aan elke menselijke beheersing. De warmte of de koude komen over ons heen terwijl wij niets daarvan kunnen organiseren. Op vakantie kunnen wij loskomen van de maakbaarheid van het leven waarin wij dagelijks toeven. Wellicht kunnen we ook weer de ervaring opdoen zelf natuur te zijn, nog steeds en weer opnieuw, door in de natuur te verblijven. Wat maken wij eigenlijk zelf? Als ons bewustzijn er zomaar ís…, als het licht in onze ogen door niemand gemaakt wordt maar er zomaar ís als de mogelijkheid om te zien… dan kan ook de vraag opkomen wat wij eigenlijk wel zelf maken? Maken we de voeten die ons op het bergpad dragen? Maken we ons lichaam dat in die bergen ziende rondgaat als een nietig iets, zo klein in vergelijking met wat ons omgeeft? Wie zijn wij in de zich onmetelijk uitstekkende natuur die overvloeit van zomaar aan ons verschijnend leven? We zijn opgenomen in een onpeilbare en onbeheersbare creativiteit die ons draagt, die ons overweldigt, die onze mogelijkheden van maken en beheersen verre overstijgt. Alles ís er zomaar precies uit zichzelf. Wij doen daar niets toe. Wonderlijk, groots, een schoonheid die ons verre overstijgt… En ook: wij zíjn door en door verwant met die natuur waarin we toeven. Sterker nog: we zijn zelf mede die natuur die er zomaar ís… Zen-verhalen spelen zich vaak af in die bergen en in die natuur die wij met vakantie graag opzoeken. De maakbaarheid van wat wij zijn en van wat ons omgeeft, die maakbaarheid is in de zen-ervaring een illusie. We zíjn er zomaar - mèt alles wat we hebben en kunnen, mèt alles wat we zomaar zien en zijn. Het wonder is DAT de natuur om ons heen er zomaar is in een schoonheid die wij niet maken. En het wonder is DAT wij als mensen er zomaar zijn, zomaar toeven in de natuur die ons omgeeft, die ons draagt, en die we zelf mede zijn. De overgave aan dit wonderlijke er zomaar zijn kan een diepe ontspanning geven. Een dieper thuisgevoel waarin wij allerlei vormen van beheersing, van zorg kunnen loslaten. Waarin wij ons dagelijkse maken en beheersen even (achter ons) kunnen laten. Even tot de ontspanning komen van het niet-doen… ziende dat alles zómaar gebeurt…. “Als ik in de bergen ben”, zo kan iemand zeggen, dan word ik een ander mens!” Ik hoop dat velen van ons die terug zijn van vakantie die losheid in hun leven kunnen behouden nu de vakantie weer voorbij is. Dat de dankbaarheid om het feit DAT we er zomaar zijn ons blijvend ontspant en inspireert. Dat we de schoonheid waarmee alles er zomaar ís.., de schoonheid waarin alles zomaar verschijnt… ook in de stad kunnen beleven bij alles wat we zien, bij alle ontmoetingen met de mensen om ons heen. Een niet te begrijpen schoonheid van zomaar er zijn, van zomaar verschijnen… een schoonheid die ons verre overstijgt… Daardoor worden we omvangen en daardoor worden we gedragen. Wij máken ons leven niet… het ís er zomaar in een geweldige creatieve dynamiek die we niet begrijpen, maar waar we wel met overgave in kunnen léven. Zonder het te willen beheersen. Met het besef dat wijzelf mede dit zomaar wonderlijk verschijnende leven zijn… Waar we ook werken of mákend en beheersend bezig zijn. Leef in de dankbaarheid DAT je er zomaar bent, van dag tot dag, vanuit iets wat ons verre overstijgt. Vanuit een schoonheid van verschijnen die ons verre overstijgt. Kees van den Muijsenberg
Zend   o   Sengtsjan
Zend o Sengtsjan
ZEN IN HET ALLEDAAGSE LEVEN
Zen-brief 7 - september 2019
Schoonheid die ons verre overtreft… Vrijwel ieder van ons zal in zich meedragen dat het deze zomer heet was, maar dat er ook zoveel moois in de natuur te zien was. Velen zijn op vakantie geweest om in de natuur te zijn, even weg uit de stad, de stad als onze plaats van leven en werken. In Nederland of verder weg de natuur ingegaan, zich door de natuur laten omringen en zich er in begeven. Met de fiets of wandelend, aan de kust wellicht ook zwemmend in de open zee. Altijd weer in de vakantietijd die ervaring opdoen dat we weliswaar intens leven in de stad, maar evenzeer onszelf thuis kunnen en thuis willen voelen in de wijdse onbegrensde natuur. De stad: daar beleven we bij uitstek de maakbaarheid van alles wat ons omgeeft en van alles wat we dagelijks zien en zijn. Mensen bouwden de huizen en kantoren, de fabrieken. Ze legden de wegen aan. Ze maakten de techniek, de computers en de mobiele telefoons die we voortdurend gebruiken en waarvan we afhankelijk zijn geworden in de stad. Nederlanders en steeds meer mensen de wereld rond zijn stadsmensen geworden. De natuur afgezien van een park of een groenstrook is ons in het dagelijkse leven niet meer zo vertrouwd. En gaan we buiten de stad, dan neemt ‘de verdozing’ enorm toe: nieuwe verdeelcentra staan als grote reusachtige schoendozen om de steden heen, in een kraag, om de logistiek te dienen van alles wat vervoerd moet worden, uiteindelijk naar ons. En ook het boerenland is veelal veranderd in grote vlakgroene percelen waarbij de natuur nog slechts in de rand te vinden is. Tijdens de vakantie hebben we de gelegenheid de natuur op te zoeken. Stil te vallen. Eens weg te gaan uit de maakbaarheid van wat ons omringt. En ook om weer eens te ervaren dat leven niet maakbaar is, dat ons eigen leven niet maakbaar is. De stad die we bouwden kan mooi zijn, zeker ook tot in de musea waarin we tentoonstellen wat er door creatieve mensen is gemaakt. De schoonheid van de kleuren en de vormen op ons in laten werken. De schoonheid die werd ontworpen door architecten en kunstenaars die op bijzondere wijze zichtbaar maken wat er - ergens in ons allemaal, in onze tijd - gaande is. We kunnen worden meegenomen door hetgeen mensen aan maakbare schoonheid tot stand hebben gebracht in de stad van ons leven. Maar de natuur gaat altijd verder. In de natuur kunnen we gemakkelijk ervaren dat er een schoonheid is die door geen enkel mens is gemaakt of gemaakt kan worden. Een schoonheid die er zomaar precies ís… zondermeer. Waar wij als mensen niets toe deden of toe doen. In een bergwandeling overkomt ons dat besef gemakkelijk. De onmetelijke massa van de berg die ons draagt. De top, de hellingen, de diepten met vogels en dieren op voor mensen niet bereikbare plaatsen. Wij maken de intense pracht van de hoog zwevende vogel niet, zijn kunst te vliegen. Wij zijn het niet die de zon laten schijnen, de zon die alles omvattend de berg in het licht zet. De ree die even uit het geboomte komt en weer verdwijnt hebben wij niet ontworpen en wordt ook niet door ons bewogen. En nog verder gaat de natuur. Het licht in onze ogen waardoor wij dit alles zien: daarvan weet niemand precies wat het is. Zoals we ook niet weten wat precies het bewustzijn is waarin alles wat wij zien en horen zomaar verschijnt, vóóraf aan elk ingrijpen van de mens. De natuur waarvan wijzelf deel zijn: wij lopen op de grond die ons draagt zonder dat wij dat ons bewust zijn. Wij wandelen in de wind die zich onttrekt aan elke menselijke beheersing. De warmte of de koude komen over ons heen terwijl wij niets daarvan kunnen organiseren. Op vakantie kunnen wij loskomen van de maakbaarheid van het leven waarin wij dagelijks toeven. Wellicht kunnen we ook weer de ervaring opdoen zelf natuur te zijn, nog steeds en weer opnieuw, door in de natuur te verblijven. Wat maken wij eigenlijk zelf? Als ons bewustzijn er zomaar ís…, als het licht in onze ogen door niemand gemaakt wordt maar er zomaar ís als de mogelijkheid om te zien… dan kan ook de vraag opkomen wat wij eigenlijk wel zelf maken? Maken we de voeten die ons op het bergpad dragen? Maken we ons lichaam dat in die bergen ziende rondgaat als een nietig iets, zo klein in vergelijking met wat ons omgeeft? Wie zijn wij in de zich onmetelijk uitstekkende natuur die overvloeit van zomaar aan ons verschijnend leven? We zijn opgenomen in een onpeilbare en onbeheersbare creativiteit die ons draagt, die ons overweldigt, die onze mogelijkheden van maken en beheersen verre overstijgt. Alles ís er zomaar precies uit zichzelf. Wij doen daar niets toe. Wonderlijk, groots, een schoonheid die ons verre overstijgt… En ook: wij zíjn door en door verwant met die natuur waarin we toeven. Sterker nog: we zijn zelf mede die natuur die er zomaar ís… Zen-verhalen spelen zich vaak af in die bergen en in die natuur die wij met vakantie graag opzoeken. De maakbaarheid van wat wij zijn en van wat ons omgeeft, die maakbaarheid is in de zen-ervaring een illusie. We zíjn er zomaar - mèt alles wat we hebben en kunnen, mèt alles wat we zomaar zien en zijn. Het wonder is DAT de natuur om ons heen er zomaar is in een schoonheid die wij niet maken. En het wonder is DAT wij als mensen er zomaar zijn, zomaar toeven in de natuur die ons omgeeft, die ons draagt, en die we zelf mede zijn. De overgave aan dit wonderlijke er zomaar zijn kan een diepe ontspanning geven. Een dieper thuisgevoel waarin wij allerlei vormen van beheersing, van zorg kunnen loslaten. Waarin wij ons dagelijkse maken en beheersen even (achter ons) kunnen laten. Even tot de ontspanning komen van het niet-doen… ziende dat alles zómaar gebeurt…. “Als ik in de bergen ben”, zo kan iemand zeggen, dan word ik een ander mens!” Ik hoop dat velen van ons die terug zijn van vakantie die losheid in hun leven kunnen behouden nu de vakantie weer voorbij is. Dat de dankbaarheid om het feit DAT we er zomaar zijn ons blijvend ontspant en inspireert. Dat we de schoonheid waarmee alles er zomaar ís.., de schoonheid waarin alles zomaar verschijnt… ook in de stad kunnen beleven bij alles wat we zien, bij alle ontmoetingen met de mensen om ons heen. Een niet te begrijpen schoonheid van zomaar er zijn, van zomaar verschijnen… een schoonheid die ons verre overstijgt… Daardoor worden we omvangen en daardoor worden we gedragen. Wij máken ons leven niet… het ís er zomaar in een geweldige creatieve dynamiek die we niet begrijpen, maar waar we wel met overgave in kunnen léven. Zonder het te willen beheersen. Met het besef dat wijzelf mede dit zomaar wonderlijk verschijnende leven zijn… Waar we ook werken of mákend en beheersend bezig zijn. Leef in de dankbaarheid DAT je er zomaar bent, van dag tot dag, vanuit iets wat ons verre overstijgt. Vanuit een schoonheid van verschijnen die ons verre overstijgt. Kees van den Muijsenberg
Overige zen-brieven